Gladheidbestrijding

In de winter kan het glad worden op wegen en fietspaden door vorst, sneeuw of ijzel. Om gevaarlijke situaties te voorkomen wordt er gestrooid.

RMN zorgt in opdracht van vijf gemeenten voor de gladheidbestrijding op een deel van de wegen en fietspaden. Zo proberen we belangrijke routes zo veilig en goed begaanbaar mogelijk te houden.

We houden het weer goed in de gaten

Tijdens het gladheidseizoen volgen we het weer nauwkeurig. RMN heeft dagelijks contact met weerbureau Infoplaza. Zij houden het weer dag en nacht in de gaten.

In de gemeenten waar RMN werkt, liggen ook sensoren in het wegdek. Deze meten onder andere:

  • de temperatuur van het wegdek
  • de temperatuur van de bodem
  • hoeveel zout er op de weg ligt

Onze gladheidcoördinatoren bekijken deze gegevens samen met de weersverwachting. Zo weten we beter wanneer het glad kan worden.

Wanneer strooien we?

RMN beslist samen met de meteorologen van Infoplaza of er gestrooid moet worden.

Vaak strooien we voordat het glad wordt. Dat noemen we preventief strooien. We doen dit bijvoorbeeld als de temperatuur van het wegdek richting het vriespunt gaat. Zo proberen we gladheid te voorkomen.

Is het al glad door sneeuw of ijzel? Dan strooien we om de wegen weer veiliger te maken.

Waar strooien we?

We kunnen niet alle straten strooien. Daarom werken we met vaste strooiroutes.

We strooien eerst op belangrijke plekken, zoals:

  • hoofdwegen en drukke routes
  • belangrijke fietspaden
  • wegen voor hulpdiensten en openbaar vervoer

Zo ontstaat er snel een netwerk van wegen en fietspaden die beter begaanbaar zijn.

Nat zout

RMN strooit met nat zout. Dat is strooizout gemengd met pekelwater.

Nat zout heeft een aantal voordelen:

  • het blijft beter op de weg liggen
  • het werkt sneller
  • het waait minder snel weg
  • er komt minder zout in de berm terecht

Hierdoor werkt het strooizout beter.